Scope 2 market-based vs. location-based: uitleg voor bedrijven
Direct antwoord
Scope 2 omvat de indirecte uitstoot van ingekochte energie, vooral elektriciteit. Het Greenhouse Gas Protocol schrijft twee rekenmethodes voor: location-based rekent met de gemiddelde uitstoot van het elektriciteitsnet, market-based met de stroom die u contractueel inkoopt, aangetoond met Garanties van Oorsprong. Wie volgens het protocol rapporteert, levert beide uitkomsten naast elkaar aan.
- Heldere definitie
- Datagedreven beoordeling
- Risico's en kansen zichtbaar
- Praktische vervolgstappen

Scope 2 market-based vs. location-based: losse informatie versus Energy Intelligence
Wie een CO2-voetafdruk opstelt, loopt bij elektriciteit direct tegen een keuze aan. Stel: uw bedrijf verbruikt een miljoen kilowattuur en koopt Nederlandse windstroom in. Telt die stroom dan als vrijwel nul, of rekent u mee met de kolen- en gascentrales die hetzelfde net voeden? Het GHG Protocol maakte in 2015 van beide antwoorden een eigen methode en stelde ze allebei verplicht. Facility managers, controllers en duurzaamheidsverantwoordelijken komen de twee methodes tegen in de CSRD, de CO2-Prestatieladder en vragenlijsten van klanten.
- Location-based rekent met de gemiddelde uitstoot van alle stroomproductie in Nederland; uw energiecontract verandert dit cijfer niet.
- Market-based rekent met wat u inkoopt: groene stroom met Garanties van Oorsprong telt laag, inkoop zonder herkomstbewijs krijgt de factor voor grijze stroom of de residual mix.
- Het verschil tussen de twee cijfers is precies het effect van uw inkoopbeleid; ook de Europese CSRD-rapportage vraagt daarom beide methodes.
Inzicht
Traditionele aanpak
Informatie staat verspreid over portalen, documenten, facturen of losse spreadsheets.
Moderne aanpak
Data, context en interpretatie worden samengebracht in een duidelijk beslisbeeld.
Besluitvorming
Traditionele aanpak
Keuzes worden gemaakt op basis van gemiddelden, aannames of incidentele analyses.
Moderne aanpak
Scenario's, KPI's en actuele meetdata maken de afweging concreter en herhaalbaar.
Opvolging
Traditionele aanpak
Acties blijven vaak vrijblijvend of verdwijnen in losse rapportages.
Moderne aanpak
Vervolgacties, monitoring en rapportage worden gekoppeld aan dezelfde energiedata.
Hoe werken de twee methodes?
De location-based methode rekent al uw verbruikte kilowatturen met de gemiddelde emissiefactor van het net waarop u bent aangesloten. Voor Nederland is dat het gemiddelde van de totale Nederlandse stroomproductie; de actuele factor staat op CO2emissiefactoren.nl. Uw contract doet er in deze methode niet toe: twee buren met dezelfde meterstand krijgen hetzelfde cijfer. De market-based methode rekent met wat u contractueel inkoopt. Het bewijs daarvoor is de Garantie van Oorsprong: een certificaat voor een megawattuur duurzame elektriciteit, in Nederland uitgegeven door VertiCer. Koopt u windstroom met GvO's, dan rekent u met de lage factor van windstroom. Heeft u geen herkomstbewijs, dan geldt niet de gewone netmix maar de residual mix: de mix die overblijft nadat alle geclaimde GvO's eruit zijn gehaald.
- Location-based: een gemiddelde factor voor iedereen op het net, ongeacht het energiecontract.
- Market-based: de factor volgt uw stroometiket en uw Garanties van Oorsprong.
- Een GvO staat voor een megawattuur en toont de herkomst van de stroom aan.
- Inkoop zonder herkomstbewijs krijgt de residual mix, zodat dezelfde groene stroom niet dubbel telt.
- Het GHG Protocol stelt acht kwaliteitscriteria aan contractuele bewijzen in de market-based methode.
Wanneer gebruikt u welke methode?
U kiest niet tussen de methodes. Het GHG Protocol vraagt beide uitkomsten te rapporteren zodra er een werkende markt voor herkomstbewijzen bestaat, en die is er in Nederland. Ook de Europese CSRD-rapportage vraagt via standaard ESRS E1 om scope 2 op beide manieren. De twee cijfers beantwoorden verschillende vragen. Location-based toont de uitstoot die fysiek samenhangt met het net waarop u draait en maakt bedrijven onderling vergelijkbaar. Market-based maakt zichtbaar wat uw contracten veranderen en is daarom de methode waarop de meeste bedrijven hun reductiedoelen sturen: dit cijfer kunt u zelf verlagen door anders in te kopen. Het location-based cijfer daalt pas als de hele Nederlandse stroommix vergroent. Uw leverancier publiceert jaarlijks in mei een stroometiket met de herkomst van de stroom over het voorgaande jaar.
- Rapporteert u volgens het GHG Protocol of de CSRD, dan levert u beide cijfers naast elkaar aan.
- Location-based gebruikt u voor vergelijkbaarheid en de fysieke werkelijkheid van het net.
- Market-based gebruikt u om reductiedoelen te sturen via uw inkoopcontracten.
- Het stroometiket van uw leverancier verschijnt in mei over het voorgaande kalenderjaar.
Wat is de kritiek op de market-based methode?
De belangrijkste kritiek is dat een GvO papieren vergroening mogelijk maakt zonder dat er duurzame productie bij komt. Vooral buitenlandse GvO's, bijvoorbeeld van bestaande waterkrachtcentrales, zijn zo goedkoop dat de opbrengst producenten nauwelijks prikkelt om te investeren. De Nederlandse rekenpraktijk telt buitenlandse groene stroom daarom vaak gewoon als grijze stroom; de CO2-Prestatieladder eist die aanpak zelfs. Nederlandse GvO's leveren producenten wel een merkbare bijdrage en ondersteunen zo de groei van groene stroom hier. Dubbeltelling is een tweede risico. Het systeem vangt dat af met de residual mix van certificatenkoepel AIB en met een harde regel: teruggeleverde eigen zonnestroom mag u niet wegstrepen tegen ingekochte grijze stroom als de GvO met die stroom is meeverkocht. Het GHG Protocol werkt aan een herziening van de Scope 2 Guidance; een publieke consultatie liep tot begin 2026.
- Goedkope buitenlandse GvO's geven producenten weinig prikkel voor nieuwe duurzame projecten.
- De CO2-Prestatieladder eist dat buitenlandse groene stroom als grijze stroom wordt gerekend.
- De residual mix voorkomt dat dezelfde megawattuur bij twee bedrijven groen telt.
- Eigen teruggeleverde zonnestroom vergroent uw ingekochte stroom niet als de GvO is meeverkocht.
Zien wat dit met uw eigen data oplevert?
In een vrijblijvend gesprek kijkt een specialist met u mee naar uw meters, locaties en energievragen. Reactie binnen één werkdag.
Zoeken in de kennisbank
Vind het antwoord op uw vraag.
Zoek op de woorden die u zelf gebruikt. Afkortingen en spellingvarianten worden herkend, dus EMS vindt ook de artikelen over energiemanagementsystemen.
Onderwerp